Het communisme liet in Roemenië en Moldavië na meer dan 50 jaar een economische puinhoop achter. 
Voor honderdduizenden nette families had dit absolute armoede tot gevolg. Helaas kwamen er na het communisme maar weinig initiatieven om deze armoede werkelijk en structureel aan te pakken.

Hoewel Roemenië in 2007 binnen de EU kwam, blijft deze armoede in het westen vrijwel “onopgemerkt” en moeten er dagelijks nog veel te veel families lijden, omdat ze zelfs de basis voor een minimaal levensonderhoud niet voor elkaar krijgen en zij leven in huisjes die steeds meer in verval raken, vaak zonder moderne faciliteiten zoals water en stroom aansluiting.

De prijzen van voedsel, kleding, water en energie zijn de laatste jaren sterk gestegen. De crisis die vanaf 2009 gaande is, heeft ook in deze landen veel faillissementen en het verlies van banen tot gevolg.

Het Noord-Oosten van Roemenië heeft, wanneer we over de term “armoede” spreken, de bijnaam “het zwarte gat van Europa”. De regio’s Vaslui, Iasi, Botosani, Suceava en Neamt laten extreem hoge cijfers van armoede zien. Ook in voormalige industrie steden in Moldavië lijden veel families uiterste armoede.

Doordat voldoende gezond eten, warmte en vers water ontbreekt, blijven de kinderen klein en ondervoed. Zij zijn heel ontvankelijk voor ziekten en infecties. Ouders raken volkomen ontmoedigd door deze ondraaglijke omstandigheden. De werkeloosheids uitkering is veel te laag om zowel voor het eten als de energiekosten te betalen. Voor hen is elke dag een bevestiging van een uitzichtloze situatie.